TesselPollmannonderzoek

Artikel AD 21 februari 2009

‘Het NSB-verleden zit Nederland niet lekker’

Door INEKE INKLAAR

UTRECHT - Mussert was een gewiekste, inhalige politicus. Antisemitisch als dat goed uitkwam. Hij wilde de fascistische, nationaalsocialistische revolutie. Dus heiligde het doel alle middelen.

afbeelding vergrotenMussert.

Dat is de conclusie van de Utrechtse Tessel Pollmann. Zij doet met haar project Mussert co archiefonderzoek naar de NSB-leider en zijn vertrouwelingen.

Mussert staat toch juist bekend als een kleinburgerlijke, onzekere, dromerige man. Een precies ventje dat zich op weg naar zijn executie druk maakt over de vouw in zijn broek ?!

,,Loe de Jong schildert hem in de jaren zestig op tv en later in zijn boeken ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ af als een jeugdige dromer met weinig zelfkennis, zonder natuurlijk gezag, niet echt gedreven door zijn beginselen. Parmantig in zijn NSB-uniform dat
om zijn gezette lijf spande.

De biograaf Jan Meyers voegt daar in 1984 nog aan toe, dat de Leider geen fascist was maar in de geest altijd een conservatieve liberaal is gebleven.

De algemene indruk die van hem bestaat is: een ietwat onnozele, vaderlandslievende, nette burgerman die Nederland door de bezetting heen wilde loodsen.’’

Hoe heeft dat verkeerde beeld kunnen ontstaan ?

,,Na de oorlog zijn lange tijd veel archieven en dossiers nog niet ontsloten. Onderzoek naar de NSB is niet in de mode, dus daar is geen geld voor.

Voor Meyers, docent geschiedenis, geldt bijvoorbeeld ook dat hij
het uitzoekwerk deed in de avonduren en in het weekend naast zijn baan. Wat dat betreft verkeer ik in een bevoorrechte positie, omdat ik gepensioneerd ben. Ik kan rustig drie dagen voor een detail naar een archief in Den Haag gaan om er dan achter te komen dat de tekst die ik zoek in Haarlem ligt.’’

Mussert was ook goed in zijn persoonlijke PR, lees ik in uw onderzoek.

,,Het is de firma ‘Mussert vooruit’. Hij liegt over zijn c.v. en kwam daarmee weg omdat zijn beweringen door historici niet zijn gecontroleerd. Hij werkt ook bewust aan
zijn façade van burgerlijke netheid.

In werkelijkheid tart hij als werknemer het gezag, maar zorgde ervoor dat hij er niet op te pakken was.

Als NSB’er maakt hij nooit vieze handen. De nare klussen knapt het voetvolk voor hem op. Hij lijkt daardoor altijd de meest acceptabele nationaalsocialist. ‘Toch wel een nette man die er door de Duitsers ingeluisd is.’

De Utrechter poseerde als goed christen. Keeping up appearances. Kleinburgerlijk is hij zeker niet: hij gaat naar bed met zijn 18 jaar oudere tante als zij hem wegens een nierkwaal verpleegt, trouwt met haar ondanks verzet uit de familie.’’

Wat was hij wel ?

,,Uitgekookt, inhalig, eerzuchtig.

Vanaf zijn eerste propagandafilmpje verklaart hij zich fascist. Zijn denkbeelden liegen er niet om: hij was ultra-nationalistisch, hij wilde een eenpartijstaat invoeren, de democratie afschaffen. In 1933 schrijft hij al een koloniale paragraaf waaruit zijn racisme blijkt: hij onderstreept het recht van blanken om te heersen. Vanaf 1935 is hij antisemiet.’’

Zijn er nog meer verklaringen voor de verkeerde perceptie?

,,Het NSB-verleden zit Nederland niet lekker. We vinden het moeilijk om toe te geven dat hier het nationaalsocialisme en fascisme opgang hebben gemaakt. Dat waren de ánderen, de foute Duitsers.

In de oorlog heeft de
NSB wel meer dan 80.000 leden en heeft de partij op allerlei bestuurlijke posten veel invloed. Ook kiezen vele mannen, bezield door de NSB, voor de Duitse SS.

Daarnaast speelt het collectieve schuldgevoel mee, omdat de gevangengenomen partijleden na de oorlog in de interneringskampen onfatsoenlijk behandeld zijn. Tenslotte is de publieke opinie bepaald door de coming out van kinderen van NSB-ouders. Die voelen zich slachtoffer van beeldvorming, voeren aan dat hun ouders toch idealisten waren.

Ik noem dat bagatellisering. Verharmlosung.’’

Hoe komt een mens ertoe zoveel over de NSB en de kopstukken te willen weten?

,,Mijn proefschrift gaat
over Ringers, de waterstaatingenieur die tijdens de bezetting de wederopbouw voorbereidde. Hij wordt op zijn huid gezeten door de NSB. Toen merkte ik, dat er verhoudingsgewijs weinig onderzoek naar deze beweging is gedaan. Onderzoek naar de NSB werd lang als not done ervaren, vertelde professor Peter Romijn me.

Vaak is er het onterechte vermoeden, dat iemand uit is op rehabilitatie in plaats van op wetenschappelijke bevindingen.’’

U heeft niet alleen stukken bestudeerd, maar ook mensen geïnterviewd. Hoe reageren zij op uw vragen over hun NSB-familieleden?

,,Men spreekt er niet graag over. Sommigen zijn ook gebrouilleerd met de NSB-tak van de familie. Vooral met kinderen zijn het daardoor vaak pijnlijke gesprekken. Ik bel de dag nadien altijd op, hoe het ze vergaan is en hoe ze er nu aan toe zijn.

Een van de geïnterviewden heb ik afgeraden om het dossier van zijn vader, vol martelpraktijken en menselijke wreedheden in te zien. ‘Je slaapt er veertien dagen niet van’. Zijn vader leverde mensen uit aan de Duitse SD. ’’

Wanneer vielen u de schellen van de ogen ?

,,Tijdens mijn promotie las ik passages over
de NSB die ik dun vond. Toen ben ik de dvd’s gaan bekijken die het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie heeft uitgebracht met propagandamateriaal van de NSB.

Daarna ben ik jaargangen van het weekblad Volk Vaderland gaan lezen, en het Nationale Dagblad. Hier op de UB in De Uithof. Toen bleek klip en klaar: de beweging was écht nationaal-socialistisch en fascistisch.’’

Hoe oordeelt u over de door u onderzochte en beschreven NSB’ers ?

,,Ik heb geen medelijden met de top-NSB’ers; het voetvolk laat ik buiten beschouwing. Hoewel ik over de doodstraf van Mussert gemengde gevoelens heb.

De top
bedrijft een systematische, langdurige vorm van collaboratie met de bezetter. Na de Duitse inval werken ze doelbewust samen met een vijand die steelt, rooft en moordt. Met criminelen dus.

De NSB zie ik als een kwaadaardige revolutionaire beweging die over lijken gaat.

Kent u nationaalsocialisten persoonlijk ?

,,Mijn vader - katholieke huisarts in Amsterdam - had een Duitse vader die genaturaliseerd was. Zijn zus was bij de NSDAP. Hij heeft daarom met haar gebroken; daar had hij veel verdriet van.

In mijn kindertijd heb ik vele NSB’ers leren kennen. Pater Van Kilsdonk, later de beroemde Amsterdamse studentenpastoor, was een huisvriend van ons
. Na de oorlog was ‘de Kils’ aalmoezenier in de NSBinterneringskampen.

Hij vroeg mijn vader of die als geloofsgenoot wilde helpen met het resocialiseren van NSB’ers toen die na 1955 vrijkwamen uit de interneringskampen.

Het was de bedoeling dat ze in huiselijke kring met gewone mensen in contact zouden komen en daarvan zouden leren. Dus kwamen ze bij ons theedrinken.’’

Hoe kijkt u daarop terug ?

,,Sommigen volhardden in hun opvattingen. In de memoires van één van hen, die ik later las, heb ik weinig berouw ontmoet. Ook kwam ik het tegen, toen één van hen mijn steun wilde in
zijn afwijzing van de vrijage van zijn dochter met een Surinamer.

Niet zo verwonderlijk misschien, als je je realiseert dat ze na de oorlog in mensonterende omstandigheden, allemaal mokkend, op elkaar gepakt in de kampen zaten. Dat is een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis die slecht heeft uitgewerkt.

Wat ik als levensles aan het project van mijn vader overgehouden heb: je kunt iemands opvattingen ten diepste veroordelen, maar je moet hem als mens toch met respect behandelen.’’

http://www.ad.nl/utrecht/stad/3018512/lsquoHet_NSBverleden_zit_Nederland_niet_lekkerrsquo.html

 

 

Tessel Pollmann